Enige tijd geleden heb ik m’n eigen high-end draaitafel aangeschaft. Het proces waar je dan als audiofiel doorheen moet is al bescheven in een aparte sectie. Achtergrond informatie over een Phono Voorversterker kun je vinden in de Technische afdeling van deze homepage.
En dus hoewel mijn versterker (Marantz PM-14mk2 KI) naar verluid voorzien was
van een meer dan voortreffelijke phono voorversterker
(zie plaatje, board aangegeven dor rode pijl)
ben je natuurlijk nieuwsgierig of een losse voorversterker je nog verder op
weg helpt richting het ultieme muzikale Walhalla. Aangezien een phono voorversterker
zowel de noodzakelijke versterking als een RIAA correctie uitvoert is
het onvermijdelijk dat je eigenlijk de combinatie van element, draaitafel en
prepre aan het testen bent. Maar omdat de combinatie van draaitafel en interne
phonotrap van de Marantz bekend me bekend is waag je je toch aan een oordeel
over dit nieuwe component. Ik zie het zelf even als een aanvulling op m’n
verhaal over de Clearaudio Champion.
Gelukkig kreeg ik gedurende de periode van 3 weken van Henk van AudioSelectief een prachtige en gloednieuwe prepre van Sphinx mee naar huis van het type Myth. Helaas is Audioscript de eigenaar van Sphinx onlangs ‘overleden’ en dat is jammer, want een Sphinx is een prachtig product van eigen bodem: Schitterende ontwerpen zowel technisch als estetisch waar gebruik gemaakt wordt van de beste materialen als acrylglas en dikke panelen voor de behuizing. Lees eventueel eens alle specificaties op: Sphinx Homepage (zolang deze nog bestaat).
Sphinx heeft twee lijnen, de Project Lijn en de Myth lijn. Hoewel de phono
voorversterker verkrijgbaar is in zowel een Myth versie als
in
een Project versie (zie foto)
blijkt de elektronica van binnen exact gelijk. De Project voorversterker is
een slanke lange box die rechts naast de platenspeler geplaatst kan worden.
De Myth heeft een grote behuizing van ca. 43 centimeter breed
(zie foto rechts) . En hoewel de kast op
zich zwaar genoeg is is het wel even wennen als je de kast openmaakt en je ziet
er een verdwaald bord in liggen en ergens een goed bemeten transformator. Qua
vormgeving zou ik duidelijk voor de Project versie gaan, deze is veel gemakkelijker
te plaatsen en straalt gewoon iets beter uit. Daarnaast heb ik de indruk, maar
daar kom ik nog op terug dat de Project versie beter is beschermd tegen netstoorinvloeden.
Voordat je kunt gaan luisteren moet de phono voorversterker eerst goed worden ingesteld. Bij mijn Marantz is de keuze simpel: Je kiest voor een MM element of je selecteert een MC. Achterop de versterker zit daarvoor een knop en deze zet je in de juiste positie.
Bij de Sphinx (en bij andere ontwerpen zoals Lehmann etc) moet je meer doen om hem optimaal in te stellen. Dit is in ieder geval een duidelijk voordeel van een losse prepre: De instellingen kunnen optimaal worden gemaakt. Zeker voor low-output MC elementen een voordeel dat je de ‘versterking’ goed kan regelen. Bij de Sphinx moet dit gebeuren door de kap open te maken. Binnen op het board zitten een aantal dipswitches en die zijn met behulp van het manual snel en gemakkelijk goed te zetten voor zowel MM als MC elementen. Zelfs voor 78-toeren liefhebbers heeft Sphinx nog een aparte setting en natuurlijk kunnen mensen die een volledige Sphinx set hebben middels een optische link de prepre laten meelopen met stand-by mode etc. In mijn geval heb ik de MC settings op 50 Ohm gezet en klaar was ik (de Marantz staat standaard op 100 Ohm en dit is niet instelbaar)
Ik heb de Sphinx aangesloten op 1 van de Marantz line inputs, en als bron heb ik zoals gezegd mijn Clearaudio Champion gebruikt, voorzien van RB-300 arm, Quint interlink en Dynavector 17D2 element. De Sphinx werd beurtelings aangesloten met zowel de vdHul Integration Hybrid als de vdHul D102 die normaal aan mijn tuner zit. De eerste week heb ik de Sphinx alleen maar aan laten staan, het is een klasse A versterker ontwerp dus je moet hem liefst nooit uitzetten want hij gaat echt een stuk beter klinken als hij een tijdje aanstaat (dat merk je wel als je de eerste dag direkt uit de doos een LP op wilt zetten).
De eerste week hebben we daarom benut om eens goed te luisteren naar de Marantz voortrap en hebben we de Sphinx op laten warmen. We luisterden naar een aantal LP’s die we deels ook op CD hebben en die we goed kennen (en een heleboel anderen) om de karakteristieken van de Marantz eens goed op een rijtje te kunnen zetten.
Zo halverwege de tweede week hebben we dan de boel definitief omgeprikt en kwam de Sphinx Myth aan de beurt. Ik heb beide interlinks nogmaals even goed beluisterd en uiteindelijk hebben we gekozen voor de Integration Hybrid voor het verdere luisteren.
Allereerst heb ik beide voortrappen met elkaar vergeleken met en zonder belasting. Wat daarbij opvalt is dat het ruisniveau van de Sphinx iets hoger was dan van de Marantz. Op hoge tonen maakte dat niet veel uit, maar er zat een hele (bij halfopen volume en bij 1 meter afstand) lichte lagere frequentie doorheen. Henk (Myth) en andere Sphinx (Project) bezitters gaven aan hier geen last van te hebben, dus wellicht is het een exemplarische fout. Ik zelf heb ook een beetje de indruk dat de voeding in de Project serie beter is afgeschermd van de electronica (zit achter een schotje) en stoorinvloeden uit het net zullen bij de Project nog minder zijn. Overigens hebben we op alle manieren geprobeerd om de Myth gelijk te trekken: Afgeschermde netsnoeren, netstekker ompolen, andere apparatuur in de buurt uitzetten of verplaatsen, Antenne losgehad, andere ingang op de versterker geprobeerd etc.
Het verschil bleef, maar daar hoor je op 3 meter afstand niets meer van, en het gaat trouwens geheel op in het geluid van de naald in de groef bij die volumes … Maar laten we eens naar muziek gaan luisteren..
Opvallend was hoe natuurlijk de Myth muziek deed klinken. Natuurlijk is er zo nu en dan een direkte confrontatie met de cd-speler aangegaan en dan bleek steeds dat een platenspeler geenszins onder hoeft te doen voor een goede cdspeler. Verwacht je een oordeel over wat beter is? Helaas, sommige zaken zijn een kwestie van persoonlijke voorkeur. In mijn geval wordt de voorkeur het meest bepaald door de soort muziek, m’n stemming en de opname. Deze vraag voor een ander beantwoorden is net zoiets als voor u kiezen tussen een hond en een kat, of tussen een mechanisch of quartz horloge, diesel- of benzinemotor etc. Kiest u zelf maar.. Trouwens, in veel gevallen zijn de verschillen in de opname tussen CD en LP zeker zo groot de verschillen tussen beide type spelers.
Allereerst is er eens goed geluisterd naar een LP die we thuis goed kennen nl. Brothers in Arms van Dire Straits. Wat opvalt bij de eerste track So Far Away is de mooie weergave van de details (percussie) en Mark komt ook prima door. In een vergelijk met de CD geven we de voorkeur aan de LP. Overigens valt op dat de met name dit nummer op de CD nog zeker een minuut langer doorloopt met een stukje instrumentaal dat ik zelf errug lekker vind. Da’s wellicht jammer, LP’s duren toch maar ca. 25 minuten per kant J. Het tweede nummer daarentegen is op CD duidelijk ‘opgekrikt’ en klinkt daarom ook wel lekker. Bij Why Worry wisten we zeker dat een LP heerlijk klinkt (dit nummer kan ik wel 10 keer horen), net zoals het nummer Brother in arms.
Overigens, de opname van de Eagles die zelf op CD erg mooi vond hebben we na 5 minuten terzijde gelegd, de LP klinkt veel te dof, minder ruimteljk en hij loopt ook nog sneller dan de CD. Hier zijn beide opnames volledig anders bewerkt. Niet bruikbaar, Jammer.
Een tweede opname die ik hier even apart wil behandelen is het orgelwerk van Mendelssohn gespeeld door Kurt Rapf op het Rudigier Orgel in Linz (gebouwd door Marcussen), een opname van 1968. Hoewel ik het orgelwerk van Mendelssohn ook meerdere keren op CD heb zijn sommige opnamen zonder een draaitafel onbereikbaar geworden. Kenmerkend voor de tweede Orgelsonate Allegro derde deel zijn een paar lekkere loopjes in het pedaal met een paar keer een lage C die met Fortissimo er heerlijk uitkomen. Tevens heb ik extra opgelet of zeker bij de wat hardere passages het hoog niet ging verstoppen en de verschillende tonen (en registers) hoorbaar bleven. De Myth slaagt met vlag en wimpel, met als enige opmerking dat voor mijn gevoel de Myth het hoog wel wat nadrukkelijker weergeeft dan de Marantz. Dit is meer een kwestie van smaak denk ik.
Tenslotte een van mijn lievelingswerken uit m’n studententijd, de Goldberg Variaties gespeeld door de inmiddels overleden Glenn Gould. Het betreft hier de tweede opname die Gould maakte in 1981 (hij deed dit eerder in 1955). Gold is beroemd om z’n interpretatie van Bach’s werken die hij no-legato uitvoerde en daarbij behoorlijk hard zat mee te neurien. Ik heb onderhand ook meerdere CD versies o.a. van Murray Perahia maar Gould blijft toch de standaard waar anderen aan worden afgemeten. Dit soort muziek vindt de Myth overigens ook erg lekker om door te geven, dat merk je direkt. Detail, plaatsing en (micro?)informatie die je het gevoel geeft dat Glenn vlak bij je in de buurt zit te hijgen (gelukkig was de microfoonplaatsing niet zodanig dus hij zit voor je gevoel met de piano tussen je in).
We hebben dus een echt weekje muziek gehad met serieus luisteren, maar ook met “muziek terwijl u werkt “waarbij ik soms de kamer inkwam waar m’n vrouw de muziek al heeft opgezet. Je gaat achter de laptop zitten werken en na een kwartierje ontdek je dat je met je voet aan het mee tappen bent en naar de muziek aan het luisteren. En zoals het hoort bij een verhaal over een phonovoortrap ontdek je gelukkig vaak dat je naar een LP aan het luisteren bent.
Tja, de conclusie is eigenlijk het moeilijkst. We zijn er thuis beiden van overtuigd dat het prettig luisteren is naar de Sphinx phono versterker. Klankmatig vinden we hem prachtig, maar we houden dan ook van een open en gedetailleerd klankbeeld (men gebruikt daar vaak de volgens mij verkeerde term “analytisch” voor) zonder dat er in de hoge tonen een soort van scherpte moet ontstaan. De Myth is in het hoog inderdaad vaak iets nadrukkelijker aanwezig dan de Marantz voortrap.
Mogelijk dat de Sphinx iets meer detail in het hoog liet horen, de Marantz is iets voorzichtiger. Beide bevallen ons zeer goed maar het verschil tussen de Myth en de Marantz was niet zo groot dat het de aanschafprijs in ons geval rechtvaardigde.
Betekent dit het einde van de zoektocht? Geenszins natuurlijk, wanneer we de gelegenheid krijgen zullen we graag een keer de Black Box van Lehmann aan de tand voelen of een NAD pre die qua prijs natuurlijk wel in een lagere devisie zit (wellicht onterecht?). In ieder geval houden we u op de hoogte.
· Dire Straits: Brothers in Arms (LP Vertigo 1985 en CD)
· Michael Jackson: Bad (LP Epic 1987 en CD)
· Eagles: Greatest Hits (LP en CD)
· Kurt Rapf (orgel): Mendelssohn “Das Orgelwerk” (LP Acanta 1971)
· Glenn Gould: Goldberg Variations (LP CBS 1982)
· Barry Douglas: Tschaikovski Concerto no.1 (RCA red seal digital 1986)
· Marantz PM-14mk22KI versterker, vdHul Mainsstream netsnoer. De Maranz heeft een prima ingebouwde Phono MM/MC voortrap en geprobeerd is dus ook beiden met elkaar te vergelijken.
· Marantz CD-17mk2 CD speler, vdHul First Ultimate interlink
· Clearaudio Champion, RB-300 arm, Quint Interlink, Dynavector DV172 element, Haudiaanse modificaties.
· Sphinx Myth Phono met VdHul Integration Hybrid interlink
Met dank aan Henk van AudioSelectief voor het uitlenen van de Sphinx
© Maarten, August 2001